+31 (0)6-21111750 info@jeugdtraumaherstelbv.nl

aandacht voor het Kind

Meer zelfacceptatie ontwikkelen:

 

• Accep­teer dat je fou­ten kunt maken;
• Accep­teer en waar­deer je lichaam;
• Accep­teer dat je het ver­le­den niet kunt ver­an­de­ren;
• Accep­teer de mening van ande­re men­sen;
• Accep­teer je eigen ver­ant­woor­de­lijk­heid;
• Voel je vrij, alles is goed zoals het is;

Kin­de­ren uiten hun pro­ble­men vaak in hun gedrag en/of bewe­ging. Opval­lend gedrag of opval­len­de bewe­gin­gen kun­nen daar­om een teken zijn dat het kind gebaat is bij hulp. Dit­zelf­de gedrag en het lezen, ana­ly­se­ren en bewer­ken ervan vormt de basis van de psy­cho­mo­to­ri­sche the­ra­pie.

• Accep­teer dat je fou­ten kunt maken;
• Accep­teer en waar­deer je lichaam;
• Accep­teer dat je het ver­le­den niet kunt ver­an­de­ren;
• Accep­teer de mening van ande­re men­sen;
• Accep­teer je eigen ver­ant­woor­de­lijk­heid;
• Voel je vrij, alles is goed zoals het is;

Kin­de­ren uiten hun pro­ble­men vaak in hun gedrag en/of bewe­ging. Opval­lend gedrag of opval­len­de bewe­gin­gen kun­nen daar­om een teken zijn dat het kind gebaat is bij hulp. Dit­zelf­de gedrag en het lezen, ana­ly­se­ren en bewer­ken ervan vormt de basis van de psy­cho­mo­to­ri­sche the­ra­pie.

Herken je je kind in het onderstaande?

Soci­aal-emo­ti­o­ne­le pro­ble­men:

  • Agres­sief of terug­ge­trok­ken gedrag
  • Moei­lijk con­tact maken en/of onder­hou­den
  • (faal) angst
  • Gespan­nen­heid
  • Nega­tief zelf­beeld
  • Affect-regu­la­tie­pro­ble­men (moei­te met het beheer­sen van emo­ties)

Cog­ni­tie­ve pro­ble­men:

  • Aan­dachts-/mo­ti­va­tie­pro­ble­men
  • Plan­nings­pro­ble­men
  • Impul­si­vi­teit
  • infor­ma­tie­ver­wer­kings­pro­ble­men

Bewe­ging:

  • Pro­ble­men met moto­ri­sche basis­vaar­dig­he­den
  • Onhan­dig, hou­te­rig bewe­gen
  • Over­be­weeg­lijk­heid
  • Pas­si­vi­teit
  • Gespan­nen manier van bewe­gen

Som­mi­ge gedrags­ken­mer­ken kun­nen uitin­gen zijn van die­per gele­gen pro­ble­men zoals:

  • Een stoor­nis (ADHD, ASS en aan­ver­wan­te dia­gno­ses, hech­tings­pro­ble­ma­tiek, e.d.).
  • Een belem­me­ring als gevolg van een trau­ma, zoals ver­lies, ziek­te, echt­schei­ding of sek­su­eel mis­bruik.

‘…je moet kin­de­ren als vol­waar­di­ge men­sen zien, die met res­pect behan­deld moe­ten wor­den. De ver­hou­ding met vol­was­se­nen is dus gelijk­waar­dig. Wel heb­ben zij iemand nodig die hen leidt, vra­gen beant­woordt en beschermt tegen de geva­ren die zij nog niet ken­nen…’

(Janusz Kor­c­zak 1879 — 1942) was een Pool­se kin­der­arts, peda­goog en kin­der­boe­ken­schrij­ver)

Omgang met kinderen

10 tips

Niets is in beton gego­ten als het gaat om de omgang met je kind. Immers zit­ten we alle­maal anders in elkaar en rea­ge­ren we heel ver­schil­lend op elkaar. Ook al pro­be­ren we dezelf­de bood­schap over te bren­gen.

Toch is het soms han­dig om bewust om te gaan, te com­mu­ni­ce­ren en inter­ac­te­ren met je kind. Daar­om 10 tips, stel­re­gels, hoe je ze wilt noe­men.

1. Respecteer hun mening

Ja, zelfs als dat bete­kent dat jij je kind met twee ver­schil­len­de sok­ken naar bui­ten laat gaan. Het bete­kent natuur­lijk niet dat jij alles moet doen wat je kind wilt, maar door ze het gevoel te geven dat hun mening ertoe doet, leren ze dat het oké is om voor hun eigen idee­ën uit te komen.

2. Praat beleefd

Eigen­lijk spreekt dit voor zich. Om je kids te leren wat res­pect is, zul je het goe­de voor­beeld moe­ten geven. En hoe geef je nu een beter voor­beeld dan op een beleef­de manier te pra­ten? Niet altijd gemak­ke­lijk als je kind staat te treu­ze­len met z’n schoen­ve­ters en jij op tijd op je werk moet zijn. Toch heeft dit een gro­te bij­dra­ge aan de manier waar­op zij zich geres­pec­teerd voe­len.

3. Laat je kind meebeslissen

Onder­zoek toont aan dat als kin­de­ren de kans krij­gen om een bij­dra­ge te leve­ren in een beslis­sing, dit een posi­tief effect heeft op hun per­soon­lij­ke ont­wik­ke­ling. Natuur­lijk gaat het (voor­al op jon­ge leef­tijd) nog niet over belang­rij­ke finan­ci­ë­le zaken, maar sim­pe­le vra­gen als ‘wat zul­len we van­avond eten?’ of ‘wel­ke muziek zul­len we in de auto luis­te­ren?’ kun­nen al een ver­schil maken.

4. Los conflicten op een respectvolle manier op

Hoe ouder ze wor­den, hoe vaker er con­flic­ten zul­len voor­val­len. Con­flic­ten hoe­ven natuur­lijk hele­maal niet erg te zijn. Belang­rijk is wel dat jij je kin­de­ren laat zien dat je ze hoort. Ook al ver­schil­len jul­lie van mening, luis­ter je wel naar je zoon of doch­ter, en dit ver­wacht je natuur­lijk ook van hen.

5. Geef de volle aandacht

Mis­schien kun­nen we hier zelf ook nog wat van leren: actief naar iemand luis­te­ren. Leg die tele­foon dus even weg, maak oog­con­tact, en laat de ander mer­ken dat je naar ze luis­tert. Ook bij onze eigen kin­de­ren leer je ze zo wat res­pect is.

6. Breng manieren bij

Het klinkt best logisch: je kind leren om ‘dank­je­wel’ en ‘als­je­blieft’ te zeg­gen. Maar denk daar­bij ook aan hoe je kin­de­ren leer hun oprech­te excu­ses aan te bie­den (als dat nodig is), of hoe zij ver­ant­woor­de­lijk­heid kun­nen nemen voor hun gedrag.

7. Moedig aan nieuwsgierig te zijn

Gezel­lig klet­sen met je kind. Maar wat als het al snel resul­teert in een half uur duren­de mono­loog waar je zoon of doch­ter ingaat op alle ins & outs van hun nieuw­ste video­ga­me? Om je kind te leren hoe ze op een res­pect­vol­le manier een gesprek kun­nen voe­ren, kun je ze mee­ge­ven dat het goed is om vra­gen te stel­len in een gesprek. Zo leren ze inte­res­se in de ander te tonen.

8. Positief roddelen

Rod­de­len klinkt natuur­lijk behoor­lijk nega­tief. In plaats van nega­tief over een ander te pra­ten kun je sti­mu­le­ren om juist posi­tief te rod­de­len. Bij­voor­beeld ‘wat lief van oma, dat ze wist dat blauw jouw lie­ve­lings­kleur is’ Zo leer je kids om al van jongs af aan op de posi­tie­ve trek­jes van iemand te zien. En eer­lijk is eer­lijk: ook wij kun­nen mis­schien wel wat leren van posi­tief rod­de­len.

9. Aanspreken op gedrag

Nooit leuk natuur­lijk, als je kin­de­ren met hun ogen gaan rol­len als je ze aan­spreekt op hun gedrag. In plaats van geïr­ri­teerd of boos te wor­den, kun je uit­leg­gen wat het met je doet als ze zo’n gezich­ten trek­ken. Je kunt bij­voor­beeld zeg­gen dat je begrijpt dat het niet leuk is dat ze hun speel­goed moe­ten oprui­men, maar dat het niet nodig is om daar­om zo’n ver­ve­len­de atti­tu­de aan te nemen. Leg ze juist uit hoe het op jou over­komt, en hoe kwet­send het voor jou is.

10. Laat ze andere culturen ervaren

En ten slot­te: laat ze in aan­mer­king komen met ande­re cul­tu­ren. Dan denk je wel­licht met­een aan ver­re lan­den met ‘vreem­de’ gebrui­ken, maar ook als je niet in staat bent om te rei­zen naar het bui­ten­land kun jij vol­doen­de ken­nis mee­ge­ven over ande­re cul­tu­ren. Laat ze ander eten proe­ven, leer ze over het Sui­ker­feest of bezoek samen een musea. Zo ont­wik­ke­len ze van jongs af aan res­pect voor iets wat ze niet ken­nen.